'Giuseppe, voor de poort, hield zijn zoontje zoet, wiegde hem in zijn armen, wees hem het marmeren
wapenschild dat op het hoogste punt van de boog was vastgemaakt, op het rek dat aan de muur in
het voorportaal was geklonken en waar in lang vervlogen tijden de landsknechten van de prins hun
hellebaarden aan hadden opgehangen, toen het snel aanzwellende lawaai van een in volle vaart
naderende koets hoorbaar werd, en nog voor hij de tijd kreeg zich om te draaien, vloog een rijtuigje
dat wel besneeuwd leek, zo stoffig als het was, met een paard waar het zweet af spatte, onder
oorverdovend geratel de binnenplaats op. Onder de boog naar de tweede binnenplaats verschenen
de gezichten van knechten en bedienden: Baldassarre, de majordomus, gooide de glazen deuren van
de loggia op de bovenverdieping open toen Salvatore Cerra met een brief in zijn hand uit het
voertuigje tuimelde.
Don Salvatore?... Wat is er?... Wat is er voor nieuws?.... Maar deze maakte een vertwijfeld
armgebaar en stoof met vier treden tegelijk de trap op. Giuseppe, met zijn zoontje nog steeds op zijn
arm, bleef verbouwereerd staan, snapte er niets van, maar zijn vrouw, de vrouw van Baldassarre, de
wasvrouw en allerlei bedienden dromden al om het rijtuigje samen, sloegen een kruis toen ze de
koetsier, met horten en stoten, hoorden vertellen: "De prinses... Opeens dood... Vanochtend, toen ik
de koets stond te wassen."'

De onderkoningen vertelt het verhaal van drie generaties Uzeda.s, vorsten van Francalanza,
afstammelingen en verwanten van de onderkoningen van Sicilië. Prinses Tereza van Francalanza is
zojuist overleden. De oudste, maar weinig geliefde zoon zal de erfenis moeten delen met de jongste,
moeders oogappel, die feestend en gokkend het kapitaal van zijn familie én van zijn vrouw verkwist.
Met deze ongebruikelijke bepaling in haar testament overtreedt de gierige en sluwe prinses de regel
dat er altijd maar één erfgenaam is. Door de verwikkelingen rond het testament raakt de familie Uzeda
verdeeld. Vooral de broer van de overledene, een in weelde badende benedictijn, is een geboren
intrigant. Met venijnige humor en een onbarmhartig scherp oog voor de menselijke zwakheden
beschrijft Federico de Roberto de ondergang van dit adellijke geslacht in de tweede helft van de
negentiende eeuw.

De onderkoningen
Federico De Roberto
694 pagina's
Gebonden
Prijs: €39.90
Terug naar Homepage