|
|


Sjavoeot Sjavoeot, ook gespeld als: Sjavoe'ot, Sjawoe'ot, Sjawoeot, Shavoe'ot of Shavuot, betreft het joodse Wekenfeest dat zeven weken na Pesach wordt gevierd. Het is tevens het einde van de Omertelling. Oorspronkelijk was het het feest waarop de 'eerstelingen' van de oogst (datgene wat het eerst wordt geoogst) aan God werden geofferd (Sjavoeot is van oorsprong een oogstfeest), maar later werd dat de herdenking van het verkrijgen van de Tora (de wet, met name de Tien Geboden) op de Sinaïberg; dit heet Matan Tora (geven van de Tora) genoemd. Volgens latere joodse verklaringen is het proces van het ontvangen de Tora toen echter pas begonnen en is dat een continu doorlopend proces. Vanwege het centraal stellen van de Tora bestudeert men tijdens dit feest de Tora plus allerlei commentaren daarop. Het is gebruikelijk om op de eerste nacht van Shavoeot de gehele nacht wakker blijven en in de synagoge of beit midrash te leren tot de ochtend en dan vroeg Shacharit te gaan bidden. Voor deze nacht is een speciaal leerprogramma beschikbaar dat elk jaar op die nacht wordt beoefend; het bestaat uit bepaalde selecties uit de Talmoed. Dit leerprogramma heet de tikkun leil shavuot, de 'orde van de nacht van Shavoeot.' Daarnaast is het gebruikelijk om melkproducten te nuttigen zoals kaas. Tijdens Shacharit worden extra gebeden gezegd waaronder het Aramese Akdamut en wordt er uit de Tora gelezen: op de eerste dag Shemot / Exodus 19:1-20:23, en op de tweede dag Devarim / Deuteronomium 14:22-16:17. De maftir leest op de eerste dag Bamidbar / Numeri 28:26-31, en de haftara is op de eerste dag Yechezkel / Ezechiël 1:1-18 en 3:12. Op de tweede dag leest de maftir hetzelfde als op de eerste dag, maar de haftara is dan Chavakuk / Habakuk 2:20-3:19. Verder wordt in de met bloemen versierde synagoge het boek Ruth gelezen, waarmee men ook de relatie met het oogstaspect van dit feest wil aangeven. Na Sjavoeot zijn huwelijken weer toegestaan, mogen mannen zich weer scheren en mag er weer naar instrumentale muziek worden geluisterd. Al deze activiteiten waren tijdens de Omertelling die met Pesach begon verboden (met uitzondering van Lag BaOmer). Op de joodse kalender valt Sjavoeot op 6 (en 7) sivan. Hierbij moet worden aangetekend dat in Israël Sjavoeot slechts één dag duurt, daarbuiten duurt het twee dagen maar vanwege het feit dat een joodse dag met zonsondergang begint beslaat dit feest (binnen Israël) twee of (buiten Israël) drie niet-joodse dagen: Joods jaar 5768 - 2008: avond van 9 - avond van 10 juni |
PINKSTEREN 11 mei 2008 Pinksteren (Pentékosté in het Grieks) is een christelijk hoogfeest waarin de verlichting door de Heilige Geest herdacht wordt en het begin van de Kerk wordt gevierd. Omdat Pinksteren op de 50e Paasdag valt (dus precies 7 zondagen later dan Pasen) valt Pinksteren dan ook niet elk jaar op dezelfde datum. Dit geldt evenzeer voor de feestdagen die volgen op Pinksteren : het feest van de Heilige Drieëenheid, Corpus Christi, het feest van het Heilig Sacrament en van het Heilig Hart. Zie ook Paas- en Pinksterdatum en Paascyclus. De oorsprong van Pinksteren De oorsprong van Pinksteren ligt in de Mozaïsche wetten die aan het volk Israël gegeven waren na hun exodus uit Egypte. In het bijbelboek Leviticus, hoofdstuk 23:15-22 staat dat op de vijftigste dag, op de dag na de zevende sabbat vanaf Pesach nieuwe offers voor God moest worden gebracht, als een soort afsluiting van Pesach. Het feest werd ook wel het 'wekenfeest' genoemd (Deuteronomium 16:10). Er moesten 'eerstelingen' van de graanoogst en het vee worden geofferd. Er moest een samenkomst worden gehouden en niemand mocht zijn gewone werk doen. In het christendom werd het wekenfeest 'pinksteren' genoemd, naar het Griekse woord 'pentekostos' (=vijftigste). Tijdens het pinksterfeest wordt herdacht dat de Heilige Geest, de derde persoon van de drie-eenheid, neerdaalde uit de hemel op de apostelen. De Heilige Geest openbaarde zich zichtbaar als vuur en hoorbaar als wind. Na Jezus' dood op Goede Vrijdag en zijn verrijzenis op Pasen hadden de leerlingen van Jezus nog veertig dagen lang de steun van zijn aanwezigheid gehad. Op de veertigste dag van Pasen (let op: niet de veertigste dag na Pasen) werden de leerlingen door Jezus' Hemelvaart alleen achtergelaten. Wel had hij beloofd dat hij de Heilige Geest zou sturen, die hen geestelijk verder zou leiden en hen kracht zou geven om getuigen van het evangelie te zijn. In het bijbelboek Handelingen in het Nieuwe Testament staat dat de leerlingen naar Jeruzalem terugkeerden, waar ze in een bovenzaal bij elkaar kwamen om in Judas' plaats een nieuwe apostel te kiezen en om samen te bidden. Op de Pinksterdag daalde de Heilige Geest op hen neer en inspireerde hen om het evangelie te verkondigen. De bijbel zegt dat iedereen hen hoorde spreken in zijn eigen taal hetgeen vaak wordt uitgelegd als dat de leerlingen ineens alle talen van de ter plekke aanwezige toehoorders (de talloze buitenlandse bezoekers in Jeruzalem) machtig waren, maar wat ook kan betekenen dat allen hun uitleg goed konden begrijpen: ze spraken de taal van het volk en niet die van hogepriesters. |
Pinksteren afgebeeld door Giotto (Padua) |
terug naar de paasmailing |