Klik op de foto
Klik op de foto
De 'Orlando Furioso' is na de 'Divina Commedia' van Dante en de 'Canzoniere' van Petrarca het
meest invloedrijke boek van de klassieke Italiaanse literatuur. De eerste versie ervan verscheen in
1516, de derde, herziene en uitgebreide versie in 1532. In de eeuw daarop was het boek een bestseller
en werd het vele malen herdrukt. Schrijvers als Shakespeare, Cervantes, Byron, Poesjkin en Calvino
hebben zich door Ariosto laten inspireren. Casanova had altijd een zakuitgaafje van het boek bij zich,
zelfs in de Venetiaanse gevangenis.
Het uit ruim 4800 achtregelige strofen bestaande epos is als het ware een vervolg op het
twaalfde-eeuwse 'Chanson de Roland' en onze eigen Middelnederlandse 'Roman van de vier
heemskinderen', maar speelt niet, zoals andere ridderromans, alleen in de Middeleeuwen. Ariosto
springt op levendige wijze heen en weer in de tijd en schrijft ook over de gebeurtenissen van zijn eigen
tijdperk, over dichters, schrijvers en beeldend kunstenaars, over oorlogen, over de duivelse uitvinding
van het buskruit, over de wijze waarop de mens in de Renaissance over het universum dacht, over de
grote ontdekkingsreizen, ja, zelfs over een reis naar de maan.

In het Nederlandse taalgebied is de 'Orlando Furioso' maar één keer in zijn geheel vertaald in proza,
door Jan Jacobszoon Schipper in 1649. Grotere of kleinere gedeelten zijn in verzen vertaald door
onder anderen Nicolaas Beets, Willem van Elden en Frans van Dooren. Het is dus beter laat dan nooit
dat dit belangrijkste werk, in de prachtvertaling van Ike Cialona en met een voorwoord van Italo
Calvino, nog net in de twintigste eeuw verschenen is.

Ike Cialona heeft vlak na haar schooltijd op Sicilië gewoond en is daar geïnteresseerd geraakt in de
'Orlando Furioso'. Na haar studie Italiaans heeft ze lange tijd uitsluitend proza vertaald. Pas sinds zij
deel uitmaakt van de redactie van het literaire tijdschrift De tweede ronde is ze poëzie gaan vertalen.
Nu heeft zij haar droom verwezenlijkt en dit zestiende-eeuwse epos in zijn geheel op rijm vertaald.
Mei 1348, de Zwarte Dood bereikt Florence en maakt in enkele dagen tijd duizenden slachtoffers.
In de kerk Santa Maria Novella nemen zeven jonge vrouwen en drie jongemannen het besluit om op
het platteland te wachten tot de pestepidemie is uitgewoed. Ze trekken naar een afgelegen kasteel,
waar ze de dagen vullen met het vertellen van vermakelijke verhalen. Het is het begin van een cyclus
van tien keer tien verhalen, die met elkaar de Decamerone vormen.
De Decamerone geldt als een van de absolute meesterwerken uit de wereldliteratuur, niet alleen
vanwege de virtuoos vertelde verhalen, maar ook door het ingenieuze raamwerk waarin die verhalen
zijn ingebed. De Decamerone wordt wel gezien als de 'wereldlijke' tegenhanger van de Divina
commedia, al was het maar vanwege de honderd verhalen tegenover Dantes honderd canto's. Maar
de Decamerone is meer; het is de verheerlijking van het menselijk vernuft, van het
improvisatievermogen, van het rake woord, van de vriendschap, en van de liefde - zowel geestelijk
als lichamelijk. Daarbij wijst Boccaccio geregeld op de waarde van het vertellen zelf, dat behalve
amuseert ook levens kan redden. De tien vertellers overleven de pest.
De Decamerone werd kort na 1348 geschreven en heeft sindsdien telkens weer nieuwe lezers
getrokken. De verhalen van Boccaccio werden ontelbare malen (denk aan het bizarre verhaal van
Griselda) nagevolgd, maar nooit overtroffen. In deze nieuwe, alle details van het origineel recht
doende, vertaling kan de lezer als nooit tevoren kennismaken met de subtiliteiten in de verhalen over
vorsten, vorstinnen, ridders, jonkvrouwen, kooplieden, oplichters, gauwdieven, schilders,
monniken en hoeren.
De roem is sommige boeken zo vooruitgesneld dat men ze al denkt te kennen zonder ze
daadwerkelijk gelezen te hebben. Iedereen kent de vernuftige edelman van La Mancha, heeft wel een
beeld van zijn onafscheidelijke metgezel Sancho Panza. Spreekwoordelijk is Don Quichots gevecht
met de windmolens geworden en wie zou niet weten dat de ridder zijn avonturen opdraagt aan zijn
geliefde Dulcinea. Ja, Don Quichot wilde ridder zijn in een wereld die niet meer in ridderlijkheid
geloofde.
Het boek dat Cervantes in 1605 publiceerde (deel twee verscheen in 1615) is beroemd geworden.
Miljoenen lezers over de hele wereld hebben genoten van de talloze sterke verhalen die in de roman
worden opgedist. Ze hebben allen deelgenomen aan het opwindende feest van het vertellen dat
Cervantes voor hen op touw heeft gezet. Al die lezers hebben op hun beurt door de eeuwen heen
enthousiast de verhalen doorverteld. Zo is 'Don Quichot' (naast bijvoorbeeld 'Faust') gaan horen tot
die kleine groep van literaire helden die ook bij niet-lezers bekendheid geniet.

'De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha' wordt door literatuurhistorici beschouwd als
de eerste grote roman in de Europese literatuur. Al spelen de verhalen zich af in het
zestiende-eeuwse Spanje, de roman maakt een zeer moderne indruk. Het enorme schrijftalent
waarover Cervantes beschikte bediende zich al van verteltechnieken die pas eeuwen later ingang
zouden vinden in de literatuur. Misschien is de 'Don Quichot' niet alleen de eerste grote roman,
maar is hij ook daarna niet meer overtroffen. Bovendien is het boek als persiflage op de in zijn tijd
razend populaire ridderromans een voorbeeldige les in het lezen. De dolende ridder die al te gretig
de Amadis- en Palmerijnromans tot zich had genomen was het zicht op de werkelijkheid
kwijtgeraakt. Maar wie zijn avonturen tot het einde toe volgt, zal zich tenslotte afvragen of Don
Quichot werkelijk zo onnozel is als hij zich voordoet. Hoe dan ook: in de combinatie van de
aandoenlijke idealist Don Quichot en zijn geestige, nuchtere tegenhanger, de schildknaap Sancho,
kunnen wij onszelf moeiteloos herkennen.

Met de nieuwe vertaling van Barber van de Pol is de roman van Cervantes voor de Nederlandse
lezers van nu zeer toegankelijk geworden. Nu kan de lezer ervaren dat de verhalen over de 'Don
Quichot' maar een zwakke afschaduwing zijn van wat in het boek werkelijk wordt verteld. Geniet
van die wereld waarin de dolende ridder reuzen en tovenaars op zijn pad dacht te vinden. Geniet
van de humor die op bijna elke bladzijde het lezen tot een vrolijk tijdverdrijf maakt. En passant valt
dan nog heel wat te leren over de illusies waar ieder mens zich onvermijdelijk aan vasthoudt.
Goddelijke komedie
Dante Alighieri
Uitvoering: Gebonden, 1200 bladzijden
Gouden Reeks
€ 68.00
In 'Middlemarch' beschrijft George Eliot het reilen en zeilen van een aantal individuen uit de
Engelse middenklasse in een (niet bestaande) provinciestad rond 1830. In de negentiende eeuw
kende de Engelse middenklasse een grote mate van sociale gelaagdheid. Zo waren er de
landeigenaren, de middenstanders, de vrije beroepsoefenaren, geestelijkheid en nog een aantal
andere groeperingen, allen ruim vertegenwoordigd in 'Middlemarch'.
Eliot vertelt de verhalen van haar romanfiguren met zoveel liefde voor detail dat elk van hen voor
het oog van de lezer tot leven komt. Ze worden stuk voor stuk geschetst tegenover een
persoonlijke achtergrond en voorzien van een levensgeschiedenis. Of het nu gaat om hoofdfiguren,
zoals Dorothea Brooke en Tertius Lydgate, of zogenaamde bijfiguren, als mevrouw Cadwallader
en Farebrother, ze hebben, zonder uitzondering, hun individuele karakteristieke eigenaardigheden,
idealen en verwachtingen. Deze individualiteit wordt niet zelden gevangen in hun woordgebruik en
beeldspraak. Eliots dialogen hebben dan ook de levensechtheid van een hedendaags filmscript.
Een ander bewijs van Eliots vakmanschap is dat ze erin geslaagd is om zoveel figuren
geloofwaardig samen te brengen in de elkaar overlappende sociale netwerken van het
provinciestadje. Op deze manier kon zij thema's als idealisme en ambitie, integriteit, standsverschil,
religie en zelfinzicht niet alleen aan de orde stellen in de levensverhalen van haar romanfiguren maar
ook voor de lezer belichten in hun morele en sociologische samenhang.
'Middlemarch' is geen boek om achteloos open te slaan. Het is veeleer een wereld die de lezer
binnenstapt om vervolgens vele vertrouwde figuren tegen het lijf te lopen (zij het dat ze een andere
naam hebben). Het valt zelfs niet uit te sluiten dat hij zichzelf tegenkomt.
'Dat er nu eindelijk een moderne Nederlandse vertaling is van een van de grootste romans uit het
Engelse taalgebied, en ook nog eens een goede, is een daad van culturele rechtvaardigheid. Beter
laat dan nooit.' - Bas Heijne in NRC Handelsblad.

Johann Wolfgang Goethe wordt op 28 augustus 1749 geboren als zoon van de keizerlijke raad
Johann Caspar Goethe en de burgemeestersdochter Katharina Elisabeth Textor. Op zijn
zestiende gaat hij in Leipzig rechten studeren. Hij geniet van het studentenleven maar bezoekt de
colleges zelden. In die periode schrijft hij zijn eerste gedichten. Als hij negentien is wordt hij
ernstig ziek en moet terugkeren naar Frankfort. In 1770 begint hij opnieuw met een rechtenstudie,
nu in Straatsburg. Daar ontmoet hij Sturm-und-Drang-kunstenaars, zoals de toneelschrijver
Wagner. Ook sluit hij vriendschap met de schrijver Herder, door wie hij zich bewust wordt van
zijn eigen roeping.
Op zijn vijfentwintigste schrijft Goethe 'Die Leiden des jungen Werthers', de brievenroman die
hem beroemd heeft gemaakt. Hij wordt uitgenodigd door hertog Karl August van
Saksen-Weimar om naar Weimar te komen, waar hij (op zijn reizen na) tot zijn dood zal blijven.
De hertog kent hem de adellijke toevoeging 'von' toe.
Vanaf 1780 houdt Goethe zich ook met de natuurwetenschap bezig, waarover hij ook publiceert,
met name over de optiek.
In 1786 vertrekt hij voor twee jaar naar Italië, waar hij zich bezighoudt met kunstbeschouwing. In
Italië voltooit hij zijn treurspel 'Egmont', met daarin de nog steeds veelvuldig geciteerde
dichtregel: "Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt, Glücklich allein ist die Seele die liebt."
Na zijn terugkeer in Weimar gaat hij met Christiane Vulpius samenwonen, wat voor die tijd
hoogst ongebruikelijk is. Zij krijgen een zoon, August. Pas in 1806 trouwt Goethe met Vulpius.
Intussen heeft Goethe een werkgemeenschap gevormd met Friedrich Schiller, een samenwerking
die voor beide schrijvers vruchtbaar blijkt.
In 1808 voltooit hij het eerste deel van zijn tragedie 'Faust', waarvan in 1832 (postuum) het
tweede deel verschijnt. 'Faust' behoort tot de hoogtepunten van de wereldliteratuur.
In 1806 wordt Goethe weduwnaar. In de periode 1809-1830 werkt hij, tussen romans en
gedichten door, aan zijn autobiografie 'Dichtung und Wahrheit'. De gesprekken die hij in de
laatste jaren van zijn leven met J.P. Eckermann voert, zijn door de laatste uitgewerkt en
gepubliceerd.
In 1832 sterft Goethe op 82-jarige leeftijd.
Als één boek geldt als onvertaalbaar dan is het wel 'Finnegans Wake', het laatste grote werk van
James Joyce. Erik Bindervoet en Robbert-Jan Herkes sloten zich jarenlang op en volbrachten het
onmogelijke: een overzetting die 'Finnegans Wake' niet alleen naar de letter maar ook naar de
geest recht doet. Voor wie deze adembenemende ontdekkingsreis door Joyce' taallabyrint op de
voet wil volgen is parallel het origineel opgenomen. Dromen en lezen zullen nooit meer hetzelfde
zijn.
'Finnegans Wake' houdt zich op tussen slapen en waken, in een bewustzijnstoestand waarin de
hele wereld, en vooral alle taal van de wereld samenkomt. Mythen, volksverhalen, losse
anekdotes, liedjes, maar ook reclameslogans, wetenschappelijke formules, woordenreeksen,
krantenfrasen en alledaagse conversatie zijn de grondstof voor een hallucinerende verkennning
van de werking van de menselijke geest in droomtoestand. Taal heeft daarin een onnavolgbare
hoofdrol: klanken, betekenissen raken in elkaar verstrikt, gaan met elkaar op de loop, en trekken
de lezer een wereld binnen die tegelijk vreemd en vertrouwd is.

Joyce werkte zeventien jaar aan 'Finnegans Wake'. Aanvankelijk heette het manuscript 'Work in
Progress', een titel die uitdrukt hoe voor Joyce het schrijven aan dit werk een voortdurend
onderzoek was. Niet alleen naar de diepten en verborgen hoeken van de geest, maar ook naar de
fundamenten van onze cultuur en naar de kracht van symbolen en mythen.

Nooit eerder verscheen 'Finnegans Wake' in een Nederlandse uitgave. Erik Bindervoet en
Robbert-Jan Henkes brachten het Engels van Joyce over naar het Nederlands, waarbij aan zoveel
mogelijk idiomatische eigenaardigheden van het origineel recht werd gedaan. Hoe ze daarbij te
werk gingen is van woord tot woord te volgen in de parallelweergave van het Engels, dat voor
deze uitgave geheel opnieuw werd gezet, precies volgens de oorspronkelijke regel- en
pagina-indeling. Een aantal tekstvarianten met bronvermelding completeert deze monumentale
uitgave.

"Hiep hype hoerara! Eindelijk is Finnegan wakker geworden in het Nederlands. Het onleesbaarste
meesterwerk van de twintigste eeuw is vertaald, en dat is een hoeraatje waard. Want behalve als
onleesbaar geldt 'Finnegans Wake' ook als onvertaalbaar: een duister monument van verbale
acrobatiek, verwoestende humor en taalmuziek." - NRC Handelsblad
"De vertalers verdienen een ovatie" - Vrij Nederland
Tirant lo Blanc, geschreven rond 1460 door de Valenciaanse schrijver Joanot Martorell, heeft
veel trekken van wat de moderne romanvorm zou worden. In tegenstelling tot de
oorspronkelijke, vaak zeer onwaarschijnlijke ridderromans, is Tirant lo Blanc een opvallend
geloofwaardig levensverhaal. In de figuur van Tirant lo Blanc heeft Martorell een personage
gecreëerd dat vanuit de vorming in de oude, geïndividuealiseerde ridderverhalen evolueert tot
een strateeg van formaat. Hij slaagt er zelfs in, te midden van politieke intriges, erotische
avonturen en tactisch doordachte veldslagen, om Constantinopel te vrijwaren van de Turkse
verovering (en dat terwijl het boek geschreven werd vlak na de val van Constantinopel!).
Het boek werd al vrij snel (1511) vertaald in het Spaans, zodat Cervantes het kon lezen, maar
nog eerder (1501) in het Italiaans, waardoor Ariosto eruit kon putten voor de vijfde canto van
zijn Orlando furioso. Zelfs is de stof doorgedrongen tot bij Shakespeare, in diens Much Ado
about Nothing.
Tirant lo Blanc is kortom een invloedrijk meesterwerk uit de Europese literatuur, maar bovenal
een heerlijk leesboek. En wie dat niet gelooft volgt maar de raad op ven Cervantes' Don
Quichot: 'Neem maar mee naar huis en lees het, dan zult u zien dat alles wat ik erover heb
gezegd waar is.'
Paradise Lost is het grootste, beste en beroemdste gedicht van John Milton. Toen hij dit in
'blank verse' (rijmloze verzen) geschreven epos maakte, was hij al enige tijd blind; hij dicteerde
het aan zijn dochter. Een deel van de in de hele wereldliteratuur onovertroffen klankschoonheid
van het epos is misschien daaraan toe te schrijven.
In het negende boek van Het paradijs verloren schrijft Milton:
Mijn aard neigt er niet toe verslag te doen
Van oorlog, tot dusver het enige thema
Voor heldendichten: 't meesterstuk was om
Taai, slepend moordbedrijf van fabuleuze
Ridders te tonen in verdichte strijd.
Milton wilde niet dichten over aardse strijd van helden en ridders, maar over opstand in de
hemel, oorlog tussen God en Satan, elk met zijn legioen engelen, over het neerbliksemen van de
gevallen engelen naar de hel en hun duivelse wraak op de nieuw geschapen mens in het paradijs:
de verleiding van Adam en Eva en hun zondeval. Als de heidense godenwereld van Homerus en
Vergilius al dichters had geïnspireerd tot werk van eeuwige roem, wat was er dan niet mogelijk
met de grootse scheppingsmythe en de sublieme stof uit het Oude Testament? Miltons Paradise
Lost verscheen in 1667 en werd op slag herkend als een meesterwerk. De laatste Nederlandse
vertaling van dit epos dateert van honderddertig jaar geleden. Deze nieuwe vertaling van Peter
Verstegen is de eerste die getrouw is aan inhoud én vorm. Een uitgebreid maar bondig
commentaar biedt wetenswaardige achtergrondinformatie.
Tasso's gedicht bestaat uit twintig zangen van elk zo'n honderd achtregelige strofen met een vast
rijmschema. De stof is historisch: de eerste kruistocht (eind elfde eeuw) onder leiding van
Godfried van Bouillon, die uitliep op de 'bevrijding' van Jeruzalem. Het is Tasso's bedoeling om
zowel een groots kunstwerk te scheppen als propaganda te maken voor het ware geloof; de
grote lijn van zijn verhaal is daarbij in zijn ogen historisch juist, maar alle details zijn verzonnen.
De lezer wordt vooral ingepakt en meegesleept door de vaak aangrijpende persoonlijke
wederwaardigheden van de helden, de schurken en alles daartussenin; Bij een verhaal dat
voornamelijk uit oorlogshandelingen bestaat valt het op dat vele protagonisten van het
vrouwelijke geslacht zijn, zodat Tasso ruim de gelegenheid te baat kan nemen Mars en Venus
tegen elkaar uit te spelen.
Gouden Reeks
Orlando Furioso
Subtitel: De razende Roeland
Ludovico Ariosto
Uitvoering: Gebonden, 1783 bladzijden
Gouden Reeks
€ 35.00
2 dln. in cassette
Decamerone
Giovanni Boccaccio
Uitvoering: Gebonden, 804 bladzijden
Gouden Reeks
€ 65.00
De vernunftige edelman Don Quichot van La Mancha
Miguel de Cervantes Saavedra
Uitvoering: Gebonden, 1232 bladzijden
Gouden Reeks
€ 62.50
2 dln. in cassette
Middlemarch
George Eliot
Uitvoering: Gebonden, 916 bladzijden
Gouden Reeks
€ 54.95

Faust
Johann Wolfgang Goethe
Gebonden



Finnigans WakeJames
James Joyce
Uitvoering: Gebonden, 1272 bladzijden
Gouden Reeks
€ 75.00
Tweetalige uitgave in cassette
De volmaakte ridder Tirant lo Blanc
Joanot Martorell
Uitvoering: Gebonden, 1040 bladzijden
Gouden Reeks
€ 57.50
Het paradijs verloren
John Milton
Uitvoering: Gebonden, 500 bladzijden
Gouden Reeks
€ 49.95
Gebonden met stofomslag en leeslint in cassette
Jeruzalem bevrijd
Torquato Tasso
Uitvoering: Gebonden, 621 bladzijden
Gouden Reeks
€ 55.00
Klik op de foto
om naar de
webwinkel te gaan.
Voer auteursnaam in
en eventueel de
gewenste titel.
Bestel/reserveer uw
exemplaar
BESTEL NU!
Klik op de foto
om naar de
webwinkel te gaan.
Voer auteursnaam in
en eventueel de
gewenste titel.
Bestel/reserveer uw
exemplaar
BESTEL NU!