Exclusieve Pennen
Bijzondere Collecties
Atlassen Reprints Amsterdam Specials Religie - Kunst Fotografie Natuur Cultuur Over Rome Kookboeken Specials Kookboeken op land etc. Reisgidsen per land Openingstijden Anno 1778 ? Concertgebouw Literaire Salon Programma Jimmink Kunst bij Jimmink Preek van de Leek
Activiteiten
Schrijvers Monument
Geschiedenis
In Memoriam FOTO'S 1943 St Wolff Anne Frank
Anne Frank’s
Bookshop
Art & Collectors Editions
Bij Jimmink
XL Editions

Rijks

Masters Of The Golden Age


Paintings

Of The Gallery Of Honour

TASCHEN

Uitgeverij SJA'AR

Judaïca

Ester Scroll Megallah Werkman Chassidische Charlotte Salomons

Naast de BOEKENBON accepteren wij ook de VVV-BON en de IRISCHEQUE

STRUIKELSTENEN ONZE FOLDER 4 Mei Open Joodse Huizen 5 mei Huizen van Verzet 5 mei Vrijheidsmaaltijd 6 mei GRATIS FILM VERRADEN VAN ANNE VERRADEN VAN ANNE
Home Nederlandstalige boeken Kinderboeken Engelstalige Boeken Ereading Acties Bij Boekhandel Jimmink Help
Rooseveltlaan 62
1078 NL Amsterdam   
020 - 679 12 44
info@jimmink.eu Boekhandel Jimmink Winkelmandje
ZOEK HIER 
EEN BOEK

Oorlogsouders

Een familiekroniek over de adellijke families Van Boetzelaer en Von der Recke

Alexander Münninghoff, auteur van de bestseller De Stamhouder schreef over Oorlogsouders: 'Een monumentale bijdrage aan het voortschrijdend inzicht in onze geschiedenis. Hoe liefde en objectiviteit toch samen kunnen gaan is weergaloos beschreven.'

Eind jaren dertig raakt Willem, baron van Boetzelaer in pro-Duitse invloedssferen. Tijdens de oorlog neemt hij dienst bij de Waffen SS. Hij strijdt tegen de Russen. Terug in Nederland aanvaardt hij een rechercheursbaan bij de onder Duitse dominantie staande Haagse politie - met vreselijke consequenties. Na de oorlog wordt Willem ter dood veroordeeld, later omgezet in levenslang.

Isabels Duitse moeder, Ingrid, baronesse von der Recke, groeit op in een welstandig Pruissisch gezin. Haar vader verzet zich, waar mogelijk, tegen het nazisme. Aan het einde van de oorlog onderneemt Ingrid een bizarre vlucht. Ze belandt in Amerikaanse en vervolgens in Russische gevangenschap. Tijdens de communistische bezetting raakt de familie von der Recke alle bezittingen kwijt, waaronder het stamslot. Jarenlang leeft men in bittere armoede.

Wanneer Willem (pas vrijgelaten in 1957) en Ingrid elkaar ontmoeten zijn beiden zwaar getekend door hun belevenissen in en na de oorlog. Samen trachten ze, gebukt onder hun verleden en omringd door een hen vijandige wereld, een nieuw bestaan op te bouwen.

Isabel van Boetzelaer, het enige kind van Willem en Ingrid, ervaart dat haar ouders' littekens ook haar pijn doen. Ze begint een speurtocht - een 'odyssee' in eigen bewoordingen - naar wat Willem heeft bezield om zo hardnekkig aan de verkeerde kant te staan. Ook stuit ze op de ongelooflijke avonturen van haar moeder tijdens de oorlog. Hoe slaagden Willem en Ingrid er in samen de trauma's uit hun verleden en heden te verwerken?

Ad van Liempt scheef over dit boek: 'Ik lees veel familiegeschiedenissen en oorlogsmemoires, maar dit hoge niveau komt zelden voor.'

Isabel, barones van Boetzelaer (1961) danste bij het Nationale Ballet. Een rugblessure zorgde ervoor dat ze het roer moest omgooien. Ze volgde een studie communicatiewetenschappen. Nu verzorgt ze nu trainingen in de Duitse taal en personal language coaching.

Bij ons niet meer op voorraad vanwege de grote controverse omtrent de geloofwaardigheid van dit verhaal. Zie ook de verwijzing naar het boek van Chaja Polak : “De man die geen hekel had aan Joden”

De vele waarheden over een ‘foute jongen’

Isabel van Boetzelaer praat in Westerbork over haar vader, die ‘fout’ was in de oorlog. Moet kunnen in dit ontmoetingscentrum, vindt de een. Goedpraterij van een dader, vinden anderen: AFGEZEGD

.Natuurlijk mag iemand wier vader ‘fout’ was in de oorlog een boek schrijven. Ze mag ook proberen begrip te kweken voor zijn daden. Maar het is iets anders als ze daarbij ongemakkelijke feiten verzwijgt en plezierige feiten opschrijft zonder zich af te vragen of die wel kloppen. Het wordt ronduit problematisch als zo’n boek vervolgens door recensenten, journalisten en deskundigen wordt geprezen als moedig en eerlijk. Dat de schrijfster een tournee maakt langs schoolklassen en wordt uitgenodigd om een lezing te geven in Westerbork.

Schrijfster Chaja Polak en haar broer, cineast Hans Fels, wier familie via Westerbork is gedeporteerd, zitten aan tafel in Polaks huis. Naast theepot en koektrommel ligt het boek Oorlogsouders van Isabel van Boetzelaer dat in maart dit jaar verscheen. Tal van passages zijn onderstreept. „Hij had in het geheel geen hekel aan Joden”, bijvoorbeeld – over de vader van de auteur die tegen het eind van de oorlog als leider van een Haags politiecommando na een tip drie Joden arresteerde en overdroeg aan de Duitsers.

KRONIEK OVER TWEE FAMILIES

Oorlogsouders is „een familiekroniek over goed en fout in twee adellijke families” in de oorlog, door dochter Isabel van Boetzelaer.

Polak leest een passage voor uit Den Haag in de Tweede Wereldoorlog van historicus Bart van der Boom over deze arrestatie. „‘Zeer verheugd’ bekeek hij [Willem van Boetzelaer] zijn vangst en zei: ‘Een Jood, een Jodin en nog een Jodin, dat hadden jullie niet gedacht, dat we jullie nog zouden krijgen.’”

Van Boetzelaer haalt Van der Booms boek wel aan in Oorlogsouders, maar deze passage niet. Wel schrijft ze: „Willem heeft altijd volgehouden dat hij ervan overtuigd was dat deze Joden sowieso zouden worden opgepakt; deed hij het niet, dan deed een ander het. Hij dacht te weten dat er geen treinen meer naar Duitsland reden, dat Joden vanuit Westerbork niet meer verder vervoerd zouden worden.” En ze sluit af met: „Hoe onbegrijpelijk ook, feit blijft: hij nam deel aan deze actie. Het zou hem, terecht, duur komen te staan.”

Willem van Boetzelaer werd na de bevrijding tot levenslang veroordeeld, waarvan hij tien jaar heeft uitgezeten.

Jubelende ontvangst

Gevraagd naar het ontbreken van dit citaat, zegt Van Boetzelaer dat zij dezelfde getuigenverklaring heeft gelezen als Van der Boom, maar dat de getuige zich later niet meer kon herinneren wie van de aanwezige agenten dit nu had gezegd. „Daarom heb ik het niet opgenomen.”

Het is maar een van de passages in het boek die voor Polak en Fels bewijzen dat Van Boetzelaer „niet eerlijk” is, dat ze „manipuleert”. Polak en Fels hebben daarom een comité opgericht om de „waarheid in Westerbork” te waarborgen en onderzoeken hoe zij stappen kunnen ondernemen tegen het optreden van Van Boetzelaer.

Ze zijn bezorgd over de jubelende ontvangst in de pers. „Idealist in de val van de nazi’s”, kopt De Telegraaf. NRC hield een empathisch interview met Van Boetzelaer. Programmamaker en schrijver van succesvolle oorlogsboeken Ad van Liempt prijst Oorlogsouders op de achterflap aan: „Dit hoge niveau komt zelden voor.”

Met al die veren op haar hoed is Isabel van Boetzelaer uitgenodigd om in september in Westerbork een lezing te geven. Gemma Groot Koerkamp, die de gastsprekers naar Westerbork haalt, heeft gehoord van bezwaren tegen Oorlogsouders, maar er tot dusver geen bewijs voor gezien. En op kritiek dat de lezing plaatsvindt op de locatie van waaruit Joden werden gedeporteerd, zegt ze dat de organisatie onderscheid maakt tussen de historische locatie van het kamp en het museum daarbij. „Op de historische locatie zijn we meer prudent dan in het museum.” Van Boetzelaer spreekt in het museum. Dat ze dat doet als kind van een ‘foute’ vader, is voor Groot Koerkamp geen beletsel. „In de loop der jaren is meer ruimte gekomen voor ook deze verhalen uit de oorlog.” Ze wijst erop dat Westerbork voor, tijdens en na de oorlog fungeerde als kamp voor heel verschillende bewoners: Duitse vluchtelingen, gedeporteerde joden, collaborateurs en Indische Nederlanders. „Vanuit het gastsprekersproject ben ik voorstander van multiperspectiviteit.”

Grijze soep

De welwillendheid is in de ogen van Polak en Fels geen toeval. „Dit past in ons tijdsgewricht. Het is de tijd om in grijstinten te denken. Als slachtoffers en hun nabestaanden protesteren, worden ze in de verdediging gedrongen.”

Daar valt emeritus hoogleraar moderne Joodse geschiedenis, Evelien Gans, hen bij. Ze heeft het woord ‘nivellering’ gemunt. „De verschillen tussen daders, slachtoffers, medeplichtigen en omstanders worden kleiner gemaakt dan ze in de historische context waren. Uiteindelijk drijft iedereen in een terrine grijze soep.”

Ze wijst op de nadruk die Van Boetzelaer legt op het leed van na de oorlog. „Zo worden kinderen van ‘foute’ ouders slachtoffers van de Bevrijding.” Deze nivellering, zegt Gans, valt in Nederland nu in vruchtbare aarde. „Men wil af van die schuld tegenover de Joden. De Duitsers hebben daar een woord voor: Schlussstrichbedürfnis, de behoefte om een streep te zetten onder die eeuwige oorlog.”

Zoals het merendeel van het verzet uit verzetjes bestond, maakten de meeste collaborateurs ‘foutjes’

Ze wijst op „de hype rond Grijs Verleden”. In dit boek uit 2001 pakt Chris van der Heijden mythen over goed en fout in de Tweede Wereldoorlog aan en schrijft bijvoorbeeld: „Zoals het merendeel van het verzet uit verzetjes bestond, maakten de meeste collaborateurs ‘foutjes’.”

Volgens Gans nivelleert ook Bart van der Boom in zijn Wij weten niets van hun lot het verschil tussen omstanders en slachtoffers. „En denk aan de jongen die op 4 mei 2012 het gedicht over zijn oudoom bij de Waffen-SS zou voordragen op de Dam.”

Feit is dat deze voordracht uiteindelijk – mede onder druk van het Auschwitz Comité – is voorkomen. Dat is waarom Johannes Houwink ten Cate, hoogleraar Holocaust- en genocidestudies, zegt „geen reden te hebben om aan te nemen dat Nederland op een kantelpunt staat. Ik denk dat kinderen van NSB’ers hoog of laag kunnen springen om hun ouders te verdedigen, maar dat de algemene afkeuring van hun vrijwillige landverraad daardoor niet afneemt.”

Interneringskamp

Dat is ook de indruk van Ad van Liempt, die in „zo’n vijftig lezingen per jaar” bij zijn publiek nooit iets anders dan afschuw over de daden van collaborateurs hoort. Van Liempt zit in de raad van advies van Westerbork. „Een paar jaar geleden hadden ze een tentoonstelling ingericht over de naoorlogse functie van Westerbork als interneringskamp. Daarbij hadden ze voor een discussie iemand uitgenodigd die er als Jood had gezeten in de bezettingsjaren, tegenover iemand die er na de bevrijding als collaborateur was geïnterneerd. Dat leidde tot veel protesten.”

Volgens hem ziet Westerbork zichzelf als een ontmoetingsruimte, als een debatcentrum. „Daar is dus ook ruimte voor dat andere perspectief. Ik vind dat behoorlijk volwassen, hoor.”

‘Zo had dit boek niet mogen verschijnen’

Van Boetzelaer onderstreept dat zij zich „als kind van een foute ouder nooit slachtoffer van de Bevrijding gevoeld” heeft. „Integendeel, ik voel plaatsvervangende schaamte voor het onrecht dat deels door mijn familie is aangedaan aan zoveel onschuldige slachtoffers.”

Van Liempt blijft achter zijn lof voor Oorlogsouders staan. „Boeken over foute ouders zijn vaak vergoelijkend. Dit boek niet zo.” Hij heeft tijdens het ontstaan meegelezen en zegt dat in de eerste versie wel sprake was van vergoelijking. Over het uiteindelijke boek zegt hij: „Ja, ze heeft als kind de neiging haar vader in bescherming te nemen. Maar ze zegt met zoveel woorden dat ze de straf die hij na de oorlog kreeg verdiend vindt.”

Het is pas moedig als je goed uitzoekt wat hij precies fout heeft gedaan

Chaja Polak vindt dat geen aanbeveling: „Het is echt niet meer moedig om hardop te zeggen dat je vader fout was. Het is pas moedig als je goed uitzoekt wat hij precies fout heeft gedaan. Dat heeft Van Boetzelaer aantoonbaar niet gedaan.” Polak verwijt Van Liempt dat hij „zijn werk als historicus niet goed heeft gedaan”.

Dat Van Boetzelaers vader „een foute jongen” is, staat buiten kijf, zegt Van Liempt. „Maar we hebben zo weinig aan die vaststelling. Ik vind dit boek interessant omdat het gaat over het leven van een dader, voor tijdens en na de oorlog. Daar is heel weinig materiaal over. Ik ben meer in daders geïnteresseerd dan in helden en slachtoffers. Dit had iedereen kunnen overkomen – ik weet dat mensen boos worden als ik dat zeg, maar het is daarmee nog geen nivelleren.”

Daar denken Chaja Polak en Hans Fels dan ook anders over. Fels citeert het einde van een documentaire over de secretaresse van Adolf Hitler. Ze vertelt dat ze langs een plaquette loopt waarop Sophie Scholl wordt geëerd. Ze zag dat deze jonge verzetsstrijdster in hetzelfde jaar geboren is als zij, en dat zij werd geëxecuteerd in hetzelfde jaar als waarin de secretaresse voor Hitler begon te werken. „Toen had ze zich gerealiseerd, toen pas, dat jeugd geen excuus is voor onwetendheid.”

‘Dit type’ Joden bestreed hij niet…

Hans Fels en Chaja Polak

Ook in herziene editie is Oorlogsouders een gevaarlijk boek, vinden Hans Fels en Chaja Polak. Willem baron van Boetzelaer was een échte nazi.

Dit is de vroegste herinnering van schrijver Chaja Polak. Ze ligt in bed, in een smalle kamer, aan haar voeteneinde zitten twee vrouwen, ze kent ze niet. Het is – denkt ze – de dag nadat haar ouders werden gearresteerd op hun onderduikadres in 1944. De arrestatie zelf herinnert ze zich niet. „Verdrongen”, zegt haar zeven jaar jongere broer Hans Fels.

De herinnering zal ze opnemen in haar in oktober te verschijnen boek De man die geen hekel had aan Joden. De titel verwijst naar Willem baron van Boetzelaer, toegetreden tot de Waffen-SS, gevochten aan het Oostfront en later Unterscharführer van een eenheid van de Sicherheitsdienst in Den Haag, het commando-Boetzelaer genoemd. Zijn medewerker Johan Krom voerde met andere leden van het commando de arrestatie uit.

Dat de baron geen hekel had aan Joden, staat letterlijk in Oorlogsouders, het boek dat dochter Isabel van Boetzelaer vorig jaar publiceerde. Daarin staat ook dat Van Boetzelaer niet actief op ondergedoken Joden en verzetslieden joeg. Deze en andere beweringen zullen in De man die geen hekel had aan Joden onderuit worden gehaald, belooft Chaja Polak.

Binnenkort verschijnt een herziene editie van Oorlogsouders. In augustus vorig jaar onthulde NRC dat Isabel van Boetzelaer vele belastende feiten over haar Nederlandse vader en Duitse grootvader over het hoofd had gezien of onvermeld gelaten. Van Boetzelaer nam zich daarop voor aanvullend onderzoek te doen en haar boek te herzien.

Dit onthulde NRC vorig jaar: ‘Zo had dit boek niet mogen verschijnen’

Polak en Fels namen alvast de nieuwe editie door, maar zijn niet onder de indruk van de aanpassingen. „Het boek is wezenlijk onveranderd gebleven”, zeggen ze. Het stoelt nog altijd voornamelijk op de herinneringen van Isabel van Boetzelaers moeder. Ook in de herziene versie werpt zij wat haar vader betreft vooral vragen op (waarom heeft Willem Joodse onderduikers opgepakt? Hij had na de oorlog toch een Joodse vriendin?) zonder het voor de hand liggende antwoord te willen geven: Willem van Boetzelaer was een overtuigde nazi.

Polak en Fels noemen Oorlogsouders een gevaarlijk boek, in een tijd dat kennis van wat zich in de Tweede Wereldoorlog heeft afgespeeld afneemt en dat het publiek vooral benieuwd lijkt naar verhalen vanuit eens een ander perspectief dan dat van de slachtoffers. Tot hun schrik werd het boek na verschijning omarmd in de pers en door een deskundige als historicus Ad van Liempt („dit hoge niveau komt zelden voor”.)

Spiegelbeeld

Oorlogsouders was, en is ook in de nieuwe editie nog, een voorbeeld van wat Fels en Polak als „nivellering” betitelen. „Iedereen was een beetje slachtoffer in de oorlog, iedereen beetje schuldig.”

Dit is wat zij Isabel van Boetzelaer het meest kwalijk nemen: dat zij zich wel in haar vader verplaatst, maar nooit in de positie van de gezinnen die haar vader oppakte. Daarom heeft Polak in haar boek „een gezicht willen geven aan twee van de slachtoffers van Willem van Boetzelaer: mijn ouders. Als een spiegelbeeld.”

Als kinderen van slachtoffers van het commando-Van Boetzelaer mochten Polak en Fels de dossiers inzien van de baron in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspraak in Den Haag. Daarmee kregen zij toegang tot dezelfde bron als Isabel van Boetzelaer. Daar ontdekten ze dat de dochter van de baron selectief gebruik had gemaakt van de gegevens. „Zij citeert vaak tot de komma. En alles wat daar achter staat, laat ze weg.”

Lees het interview met Isabel van Boetzelaer: De vele waarheden over een ‘foute jongen’

Hans Fels, gelauwerd documentaire-filmer, heeft een situatieschetsje gemaakt. Een lange tafel in het Nationaal Archief. Broer en zus aan de ene kant, met voor zich drie dozen vol documenten. Polak wijst 50 centimeter aan: zulke stapels, in flinterdun papier. Aan het hoofd van de tafel zat een archiefmedewerker, de armen over elkaar. Hij zag erop toe dat ze geen foto’s maakten – bescherming van de privacy van hen die veroordeeld werden voor hun misdaden tijdens de bezetting. Wanneer broer en zus hun emoties niet konden bedwingen en elkaar opgewonden toefluisterden, stond de medewerker op, liep op hen toe en hield een vinger voor zijn lippen. Ssst!

„Onze moeder”, zegt Fels, „heeft haar kinderen niet alle ellende verteld, om hen heel te houden.” In het archief lazen ze het relaas van de arrestatie van hun moeder en Polaks vader in april 1944. De getuigenis van hun moeder. Een brief van een medegevangene. De verweren van Van Boetzelaer en zijn commando-leden voor de rechtbank. „Je hart bonst je borstkas uit als je dat leest.”

Het diepst trof broer en zus de verklaring van een getuige die kort met Hans Polak in de Scheveningse gevangeniscel had gezeten. Hij beschrijft hoe hij hem later nog een keer ziet staan in de gang, en hoe getekend zijn gezicht was.

Isabel citeert selectief. En alles wat daar achter staat, laat ze weg.

Gespaard

In 1947, voor de rechter, trachtte Johan Krom onder zijn straf uit te komen. Hij verklaarde dat hij indertijd de peuter Chaja Polak bewust had gespaard. Nee, zei haar moeder in de rechtszaal, het kind is gespaard omdat ze blond haar had en blauwe ogen en er niet Joods uitzag. Krom was, na het bemerken van zijn vergissing, diezelfde avond nog teruggegaan naar het onderduikadres. Chaja was inmiddels al door verzetslieden in veiligheid gebracht. En zo kwam ze de volgende dag terecht in die smalle kamer, met de twee vreemde vrouwen aan het voeteneind van haar bed.

Willem van Boetzelaer deed voor de rechter alsof hij normaal politiewerk had gedaan en zoveel mogelijk mensen had gespaard. Albert Heymans schrijft in Jood zonder ster (1999) dat Van Boetzelaer hem tegen het eind van de oorlog vroeg of hij, mocht Duitsland verliezen, zou willen getuigen dat de politieman hem en zijn zus niet had aangegeven. „Jullie zijn niet het type Joden dat ik altijd heb bestreden”, zegt Van Boetzelaer. In 1947 ontvangt Heymans, hij is geëmigreerd naar Palestina, een brief van de advocaat van Van Boetzelaer met precies die vraag. Zonder aarzeling, schrijft Heymans, heeft hij de brief in de prullenmand gegooid.

In augustus vorig jaar onthulde NRC dat Isabel van Boetzelaer vele belastende feiten over haar Nederlandse vader en Duitse grootvader over het hoofd had gezien of onvermeld gelaten. Van Boetzelaer nam zich daarop voor aanvullend onderzoek te doen en haar boek te herzien.. Inmiddels verscheen een herziene editie van Oorlogsouders.

Ook in de herziene versie werpt zij wat haar vader betreft vooral vragen op (waarom heeft Willem Joodse onderduikers opgepakt? Hij had na de oorlog toch een Joodse vriendin?) zonder het voor de hand liggende antwoord te willen geven: Willem van Boetzelaer was een overtuigde nazi..

Het zijn dit soort passages die de lezer niet bij Isabel van Boetzelaer zal vinden, reden waarom Fels en Polak ook de herziene editie van Oorlogsouders als „manipulatief” betitelen.

De herinnering zal Polak opnemen in haar in oktober te verschijnen boek “De man die geen hekel had aan Joden”. De titel verwijst naar Willem baron van Boetzelaer, toegetreden tot de Waffen-SS, gevochten aan het Oostfront en later Unterscharführer van een eenheid van de Sicherheitsdienst in Den Haag, het commando-Boetzelaer genoemd. Zijn medewerker Johan Krom voerde met andere leden van het commando de arrestatie uit.

Dat de baron geen hekel had aan Joden, staat letterlijk in Oorlogsouders, het boek dat dochter Isabel van Boetzelaer vorig jaar publiceerde. Daarin staat ook dat Van Boetzelaer niet actief op ondergedoken Joden en verzetslieden joeg. Deze en andere beweringen zullen in “De man die geen hekel had aan Joden” onderuit worden gehaald, belooft Chaja Polak.


Hilmar von der Recke, commandant van krijgsgevangenenkamp Stalag XII a, bij het Duitse Limburg an der Lahn, 1943. Hij was de grootvader van Isabel van Boetzelaer.  Foto Internationale Rode Kruis

In maart 2017 publiceert NRC Handelsblad een interview met de schrijfster van het boek Oorlogsouders. Haar vrijwillig tot de Waffen-SS toegetreden vader, Willem van Boetzelaer, wordt door zijn dochter geportretteerd als iemand die de pech had op het verkeerde moment in de verkeerde kringen te verkeren; hij had geen hekel aan Joden. Met groeiende verbazing volgt Chaja Polak de kritiekloze aandacht voor het boek. Pas maanden later zullen publicaties volgen die het manipuleren van de feiten en pertinente onwaarheden aan het licht brengen. Chaja Polak begint zelf ook te schrijven. In zuivere, sobere en beeldende stijl onthult ze een zeer persoonlijke zoektocht. In april 1944 werden haar ouders op hun onderduikadres gearresteerd en gedeporteerd. Een van de agenten die de bewuste arrestatie verrichtte, zou enkele maanden later de naaste medewerker worden van Willem Van Boetzelaer in het naar hem genoemde Commando Van Boetzelaer, een onderdeel van de Sicherheitsdienst. In “De man die geen hekel had aan Joden” verweeft Polak verleden en heden tot een messcherpe aanklacht – helaas actueler dan ooit –, tegen onwetendheid en onverschilligheid, tegen nivellering en gesjoemel met de feiten van de geschiedenis.

In “De man die geen hekel had aan Joden” verweeft Polak verleden en heden tot een messcherpe aanklacht – helaas actueler dan ooit –, tegen onwetendheid en onverschilligheid, tegen nivellering en gesjoemel met de feiten van de geschiedenis.


E-mailadres: info@jimmink.eu?subject=De man die geen hekel had aan Joden&body=Ondergetekende bestelt: 

...ex(x) De man die geen hekel had aan Joden (Een botsing met het verleden) € 18.99

Doorhalen wat niet gewenst is:

Ik haal mijn bestelling op in de Boekhandel /
Ik wil de bestelling ontvangen op het opgegeven adres. 
(DE BESTELLING WORDT OPGESTUURD NA BETALING VAN DE U TOEGEZONDEN REKENING)

Naam:

Adres:

Telefoon: E-mailadres: info@jimmink.eu?subject=De man die geen hekel had aan Joden&body=Ondergetekende bestelt: 

...ex(x) 'herziene' editie Oorlogsouders € 19.95

...ex(x) De man die geen hekel had aan Joden (Een botsing met het verleden) € 18.99

Doorhalen wat niet gewenst is:

Ik haal mijn bestelling op in de Boekhandel /
Ik wil de bestelling ontvangen op het opgegeven adres. 
(DE BESTELLING WORDT OPGESTUURD NA BETALING VAN DE U TOEGEZONDEN REKENING)

Naam:

Adres:

Telefoon: